Afbeelding met AI gegenereerd gebaseerd op werkelijke foto

Aziatische hoornaar: de cijfers, de risico’s en wat je zelf kunt doen

De Aziatische hoornaar (Vespa velutina) is geen incidentele waarneming meer. De soort vestigt zich in hoog tempo in Nederland en vormt een reële bedreiging voor bijenvolken, voor wilde bestuivers en voor de land- en tuinbouw. Op deze pagina zetten we op een rij wat er speelt, wat de cijfers zeggen, hoe het beleid ervoor staat, en wat je zelf kunt doen als je een hoornaar of een nest tegenkomt


De cijfers op een rij

In Nederland waren er op 2 augustus 2026 al 150 hoornaarsnesten geteld, tegenover 195 over het hele seizoen 2025, terwijl het hoogseizoen met de grote nesten op dat moment nog moest beginnen (NH Nieuws). Volgens de Taskforce Aziatische Hoornaar groeit de populatie jaarlijks met een factor 7. In Vlaanderen, waar de tellingen gedetailleerder zijn, steeg het aantal gevangen koninginnen van 4.000 in 2024 naar 16.000 in 2025 naar 56.700 in 2026 (VRT). Eén nest kan tot 30.000 werksters herbergen; in stedelijk gebied worden dichtheden tot 12 nesten per vierkante kilometer gemeten.


Meer dan een bijenprobleem

Een hoornaarnest verorbert per seizoen naar schatting rond de 100.000 insecten, en niet alleen honingbijen. Hobbyimker Leo van der Heijden noemt in EenVandaag een verhouding van ongeveer 70 procent andere insecten: hommels, zweefvliegen, vlinders. Dat raakt de bestuiving van fruitbomen, met kleinere en minder vruchten tot gevolg, en het raakt de natuurlijke plaagbestrijding in de akkerbouw, omdat zweefvliegen en gaasvliegen die bladluis in aardappelen en bieten onder controle houden ook op het menu staan (LTO Nederland).

Er zijn ook wetenschappers die dit relativeren. Op Vroege Vogels (BNNVARA) werd betoogd dat selectieve vallen zelf schade toebrengen aan bijen, zweefvliegen en inheemse wespen, en dat het totale effect van de hoornaar op biodiversiteit, volksgezondheid en economie beperkt zou zijn vergeleken met bijvoorbeeld pesticiden en klimaatverandering. Die nuance is terecht en hoort bij een eerlijk beeld. Ze verandert alleen niets aan de praktijk: de hoornaar blijft, en imkers en fruittelers merken de gevolgen nu al.


Beleid: waar staan we

De Nederlandse Bijenhoudersvereniging noemt het huidige beleid “te weinig, te laat”: passief en versnipperd over provincies, zonder landelijke regie op vroege voorjaarsbestrijding van nesten en koninginnen. Frankrijk heeft inmiddels een nationaal actieplan en berekent dat gerichte vroege bestrijding zo’n 30,8 miljoen euro per jaar bespaart aan voorkomen bijensterfte. Nederland heeft sinds 2023 een Taskforce Aziatische Hoornaar (Nederlandse Bijenhoudersvereniging, Imkers Nederland, BVNI en Wageningen University & Research) die vrijwilligersnetwerken coördineert en voorlichting geeft, maar nog geen structurele, landelijk gefinancierde aanpak.


Bestrijding hoort breder te liggen dan bij imkers alleen

In de praktijk komt de bestrijding grotendeels neer op imkers en particulieren: zij merken het probleem het eerst en betalen doorgaans zelf voor een val of een professionele nestverwijdering. Maar een hoornaarnest zit net zo goed in een boom bij de buren, in een park of op een boerenerf. Gezien de impact op fruitteelt en akkerbouw, en gezien de eigen oproep van de Taskforce voor een landelijke aanpak, hoort die last breder gedragen te worden: door gemeenten in het openbaar groen, door landelijk gefinancierde professionele plaagbestrijding, en door de sectoren die zelf economische schade ondervinden. Als imkers kunnen we dit het beste onder de aandacht blijven brengen bij gemeente, provincie en Rijk, samen met de Taskforce en de landelijke verenigingen.


Wat kun je zelf doen?

Zie je een Aziatische hoornaar of een nest, meld dit dan met een duidelijke, scherpe foto via waarneming.nl. Een melding zonder goede foto heeft weinig waarde, want verificatie is nodig om verwarring met de inheemse Europese hoornaar te voorkomen.

Het advies van de NVWA verschilt per seizoen:

  • April tot en met juni (waarschijnlijk een koningin): probeer haar te vangen en in de vriezer te doden, en probeer het voorjaarsnest te lokaliseren zodat het vroeg verwijderd kan worden.
  • Juli tot en met september (waarschijnlijk een werkster): individuele nestverwijdering is in deze periode vaak niet meer praktisch, meld de waarneming wel.
  • Oktober tot en met december (mogelijk een koningin): zelfde aanpak als in het voorjaar.

Ga nooit zelf een nest verwijderen zonder de juiste kennis en bescherming. Schakel de gemeente, provincie of een professionele bestrijder in. Plaats je zelf vallen, doe dit dan selectief en gericht op de periodes waarin het effectief is: ongerichte vallen vangen ook bijen en andere nuttige insecten weg.


De illustratiefoto in de kop is middels AI gegenereerd en gebaseerd op bovenstaande foto.


Cijfers en verspreiding

Beleid

Bredere biodiversiteit en landbouw

Praktisch/meldadvies (voor het informatieve stuk)

Kopiëren is helaas niet toegestaan